Het Verhaal Van een ongelukkig begin van de lente. Het gebeurt niet vaak dat een fiets aan het woord komt, ik ben vereerd.
Hallo, ik ben Ridley. Afgelopen oktober wilde ik mijn verhaal al vertellen maar ik was te moe en ook somber, zo in de nadagen van het seizoen. Een fiets hoort buiten in actie en ik voorzag stille tijden in een kille kamer. Geen fijn vooruitzicht. Ik had willen vertellen over de goede dingen in mijn leven en de slechte. Over eigendom zijn van een liefhebber, een toerist én vrouw. Ik heb niet de voorrechten die mijn familie in het prof-peloton geniet (na hard werken vertroeteld worden door een kenner, altijd schoon, altijd picobello de nacht in) maar mijn bestaan was best prettig (al heb ik moeten wennen aan de klonten modder en blijvende onreinheid in diverse okseltjes). Ik zou vertellen over lekker rustig door het vlakke land, alleen of in groepsverband. Over mee op vakantie, bergen en dalen, op mijn zij in een beek (ongekende ervaring), middenin een kudde schapen staan, over slingerende bospaden, dwars door weilanden, en toch ook best wel stoer hardrijden in een soort van wedstrijden. Maar ook over op een rek zo strak in de klem dat er echt niets meer te bewegen valt, urenlang uitlaatgassen dwars door me heen. Over moederziel alleen op een plein, zinderende hitte, boodschappendrager, tegen een prikkeldraadhekje gestald. Je wil toch als racefiets doen waarvoor je bedoeld bent en dus echt absoluut nooit of tenimmer gestald naast de tent eindigen……………………………………………….als wasrek. Vernederd tot in mijn diepste schroefdraad. In oktober dacht ik nog dat dit het meest genante was dat je als racefiets kon overkomen. Nu weet ik beter, het kan erger. Daarover straks meer, mijn oude tante de stadsfiets wil even het woord. 
“Ik wist werkelijk niet wat me overkwam. Jarenlang een rustig bestaan en plotseling ging ik mijn vertrouwde bebouwde kom uit, verweg, langs kanalen en meren, door waterlanden en vreemde dorpen. En hárd!! Ik wist helemaal niet dat ik zo hard kon! Was dit een nieuwe trend? Heel hard trappen op een zware oude fiets? Zeker de nieuwste trainingsmethode. Ik ging zelfs een keer achter een snel neefje van me aan, pufpuf auw auw. Moet dat nou echt, zo dicht bij dat achterwiel, ik kende hem niet eens! Gelukkig duurde dat niet lang. Na een paar maanden flink werken is er nu voor mij weer rust in de tent. Ik moet zeggen, het was ook wel genoeg hoor, mijn spatborden begonnen te klagen. Mijn jonge neefje heeft de taak weer overgenomen maar ik geloof niet geheel naar genoegen. Wat wil je nog zeggen, m’n jongen?.”
Toen, in oktober was ik naïef, dacht het ergste al meegemaakt te hebben. Maar als verschijning was ik intact, onder de klamme lappen was ik mijzelf, mijn diepste aard, ik was wat ik was, ondanks de was. Vorige week ben ik mezelf kwijtgeraakt, verdraaid, ondersteboven, ik schaam me dood! Een verwrongen ziel, een lachertje op de weg.
Laat ik positief eindigen. Ik weet dat het tijdelijk is en voor de goede zaak, ik ben in elk geval weer op de weg. Maar ik zal de dag prijzen dat ik weer toonbaar ben en me waardig onder mijn familie kan mengen. En dan wil ik zelfs met liefde boven op een berg, naast de tent, ……spelen voor wasrek !
namens mijn fiets, door Joanne Brouwer (red.)
|