Home arrow Het Verhaal Van.... arrow De Ronde van Tim Krabbé
Nieuwsflits
Is er een trainingsgroep in (de omgeving van) Rotterdam? Mirte zou zich daar graag bij aansluiten! Zie Fietsmaatjes
 
De Ronde Van Tim Krabbé PDF Print E-mail

Het Verhaal Van....De Ronde Van Tim Krabbé

De Renner, wie kent hem niet. De meeste wielerfans slapen met dit cyclo-literair meesterwerk onder hun kussen of hebben hem uit hun hoofd geleerd. Ik niet. Sterker nog, ik had er nog nooit van gehoord tot ik vorig jaar op de baan ging wielrennen, daar Tim Krabbé tegenkwam en mijn vader mij influisterde: “Dat is de schrijver van de Renner, weet je wel”.
En dus ben ik de volgende dag naar de bieb gerend om zo’n exemplaar te lenen (want misschien vond ik het wel helemaal niet goed geschreven) waardoor ook ík kennis maakte met de wondere wereld van de Col d’Uglas en de Mont Aigoual.
Voor sommigen gaat de liefde voor de Renner zo vér, dat ze zelf alle routes uit het boek fietsen en net als Tim álle tijden opmeten, al dan niet met behulp van luciferstokjes per 100 pedaalslagen. Zo iemand is Gerrit Slingerland. Hij is behalve wielerfan een ware RennerKenner én Frankrijk liefhebber. En dus bedacht hij de Ronde van Tim Krabbé, een wielerzesdaagse in de Cévennen die alle in de Renner genoemde trainingsrondjes van Tim Krabbé volgt en eindigt met De Ronde van de Mont Aigoual: zoals Tim het noemt de zwaarste ronde van het seizoen, over 137 km.
Image
Dit jaar beleefde de Ronde van Tim Krabbé haar 6e editie. 45 deelnemers met 5 man begeleiding togen op 7 juni naar Meyrueis, om in Grand Hotel de France – tegenover de start en finish van de enige echte Ronde van de Mont Aigoual – hun intrek te nemen. Ik was met mijn vader Jan en trainer Ger een dag eerder afgereisd om de heuvels vast te verkennen en de benen na de lange autorit vast soepel te rijden. Ik was ook een tikje nerveus, aangezien de informatiebrochure aankondigde dat alleen de goed getrainde wielrenner deze tocht zou overleven. Ineens bekroop mij de twijfel of ik dit wel kan, ik ben niet wat je noemt een klimgeit. Op deze eerste verkenningsrit werd ik binnen 5 km gelost op de eerste de beste heuvel door niemand minder dan Tim Krabbé. IJzeren Timme: één brok onverzettelijkheid temidden van gieren en graniet.

De groep die op zaterdag het hotel bezet bestaat uit een heleboel mannen van boven de 40 (en 50 en 60) en 4 vrouwen. Allen fietsen zich hele jaar door helemaal suf: klassiekers, toertochten en berg-marathons. Slechts enkelen doen aan wedstrijd rijden: Tim, Ger, Jan, Arjan, Willem, Niels, Jelte (twee échte Friezen) én Thijs Zonneveld (ex-prof die nu schrijft en op invitatie de Ronde meerijdt).

Aan mij de keus met wíe ik zes dagen fietsen tussen gieren en graniet ga fietsen. De eerste dag doe ik dat natuurlijk met de allersnelste groep, even testen hoe dat gaat en laten zien dat ik heus wel kan fietsen. Oef. Dat doe ik dus niet meer. Kijk, op het vlakke trap ik makkelijk mee en moeten zij uitkijken dat ze in mijn wiel blijven, maar berg op trappen zij in datzelfde tempo door, en dat is toch jammer. Pijnlijk ook. Zowel mentaal als fysiek.
Image
De tweede dag – De 8 collentocht – rijd ik deels met Thijs en zijn vriendin, deels met mezelf en tot slot met trainer Ger en later Jan. Deze toch zegt over 8 cols te gaan, maar gelukkig is het begrip ‘col’ hier relatief, aangezien in mijn telling zeker één brug als col (hors categorie)  voorkomt. De derde dag is een bijzondere dag: wij hebben een verplaatsing en rijden naar Mialet waar hotel Les Pradinas op ons wacht, schitterend in de zon. De etappe is een lange, maar wat goed doet is dat we naar de zon fietsen. Nu valt pas op dat het eigenlijk best koud was in Meyrueis (arm- en beenstukken en zeker ook windstoppertjes).

Ik geloof dat ik er per dag een sport van maak wie er het eerst op de plek van bestemming is. Hierbij is vervroegd vertrek welzeker geoorloofd. Zo heb ik gister voor het eerst de ravitaillering overgeslagen, ook al is die van ongekende klasse: Cor maakt sinaasappelpartjes, banaan-in-hapklare-stukjes, crêpes met chocoladevulling en de onvermijdelijke BORN gelletjes en drankjes (want BORN is de sponsor). Het overslaan van ravitaillering ging best goed, en dus besluit ik in het vervolg ook de lunch te skippen (die ik anders binnen dertig minuten fietsen minstens vier keer moet herbeleven). Ik weet niet of de anderen op de hoogte zijn van mijn wedstrijd als eerste aan te komen, maar tot nu toe gaat het voorspoedig en lig ik ook in Les Pardinas als eerste aan het zwembad.
Image
En dan breekt dag 4 aan. Deze dag is misschien wel de belangrijkste van de hele ronde. Op dag 4 wordt namelijk de tijdrit op de Col d’Uglas verreden. Deze Col is 5,6 km lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5,6%. Tim Krabbé heeft deze Col al minimaal 400 keer beklommen en elke keer weer is de gemeten tijd van levensbelang. Er bestaat een lijst waarop alle ooit gereden tijden staan, waarbij opgemerkt dient te worden dat deze tijden alleen gelden mits met minimaal één tijdwaarnemer en het liefst tijdens de Ronde van Tim Krabbé geklokt.
Bovenaan deze slechtvalkalender staat Thijs Zonneveld met een tijd van 13:16. Dan volgt een hele tijd niets voordat we op 14:39:00 Bert-Jan van der Veen tegenkomen (prof marathonschaatser en zo gaat dat door tot de “beste slechtste tijd” ooit gemaakt op Col d’Uglas door C. Helder met 31:02:00 in 2004. (klik op deze link voor de gehele rangschikking http://www.fietsenbeleving.nl/rondevantimkrabbe/SlechtvalkkalenderColdUglas.html)
Zoals al eerder aangegeven: ik ben geen klimgeit. Ik kan wel tijdritten rijden, maar dan bij voorkeur vlak met wind. En dus niet omhoog in de bloedhitte. Maar er zijn maar 3 andere dames, en dus hoef ik er slechts één te verslaan om prijs te rijden.

En dus maak ik me klaar en heb een hel van een nacht van tevoren omdat ik er maar niet uit kom met welk verzet ik moet starten: de 39 staat vast (52 heeft echt geen zin) maar moet dat dan op de 14 of de 15? En hoe lang zal ik dat volhouden tot ik hem op de 16 of misschien zelfs 17 moet kwakken? Bij het inrijden voel ik het al: pap in de benen. En dus kies ik voor de 15.
Image
En dan is het zover: als laatste van groep I start ik met vóór mij de drie te kloppen dames. Idealer kan dus niet. De kilometers staan aangegeven met bordjes langs de weg, hoewel ik de oplossing die Thijs Z. vertelde over de Japanse klimtijdritten ook geniaal vind: om de 200 meter één Japanner, strak voor zich uit starend.
Nog voor km. 4 (we tellen terug) haal ik Marlies (vriendin van Thijs) in. Zo, dat is 1. Vlak voor haar rijd Mary, die haal ik bij km 3 in (vlak voor het dorp). En dan is er nog slechts één vrouw voor mij: Ricky, de vrouw van organisator Gerrit Slingeland. Haar zie ik überhaupt niet, hetgeen leidt tot een licht paniekgevoel. Inmiddels zit ik overigens op de 18, of is het al de 19? En in kilometers per uur kom ik niet meer boven de 16. Gaat niet goed.
En dan, in eens een bordje: nog maar 1 km. En dan doe ik het onmogelijke, ik schakel op en bij bordje 500 m. ga ik staan in de pedalen. Dat doet echt heel veel pijn. En dan is er de finish. Bij de uitslag blijk ik 1e te zijn geworden, met Ricky op 40 seconden. Mijn eerste klimtijdritoverwinning! En dat wordt gevierd met een stevige aansluitende etappe over 100 km.

De dag hierna is het relatief rust: de wijnroute is in het leven geroepen om één dag de benen te strekken en de spieren te kalmeren. 110 km over licht glooiend terrein, waarbij ik samen met mijn vader heerlijk door de wijnvelden rijd.
Image
Een overdadige lunch is dit keer heerlijk en het toppunt van de dag is dat de organisatie plots in een wijnveld een wijnproeverij heeft georganiseerd. Zo staan we na 100 km tollend op onze benen om de laatste 10 km van terras naar terras te hoppen. Ik kom vandaag als laatste aan in het hotel.

De volgende dag rijden wij weer terug naar Meyrueis, ditmaal over een extreem zware route, als we de organisatie moeten geloven. En zwaar is ie ook wel, alleen al door de lengte (140) km en de vele heuvels. Of misschien ook omdat het de 5e fietsdag is. Of omdat ik vandaag stuk zit. Zwaar dus.
De steilste klim missen ik, Ger, Jan en Niels, want we rijden verkeerd en bepalen vervolgens onze eigen route. Deze blijkt ook een shortcut te zijn, hoera! 15 km afgesneden. Er volgt weer een overdadige lunch in een arbeidershotel gerund door twee fantastische Belgen. Ik kan me niet inhouden en doe me tegoed aan gazpacho, salade, brood en appeltaart. En koffie en een liter water en twee glazen sinaasappelsap. En stap vervolgens weer als eerste op de fiets. Dit was echt geen goed plan.

Binnen 10 minuten begin ik aan mijn eerste herkauwing, en binnen 30 minuten overweeg ik in het gras een tukje te gaan doen. Mijn vader heeft last van eten dat uit zijn oren komt en moet lossen in de heuvels bij mij en Niels. Dat geeft moraal, en een goed metabolisme, want na een goed uur kan ik weer normaal fietsen.
En zo komen wij, na zware en woestmooie afsluitende 30 kilometer over de hoogvlakte bij de Col du Perjuret (waar Roger Rivière zijn einde vond in een afdaling), aan in Meyrueis. Daar betrekken we weer ons oude hotel en houd ik mij bezig met het wassen van mijn kleding en benen omhoog, om zo snel mogelijk te herstellen voor de dag van morgen: de Ronde van de Mont Aigoual.
Image
Deze ronde rond Meyrueis speelt de rode draad in De Renner, en dus ook in onze Ronde. 137 km verdeeld over twee lussen, waarbij twee beklimmingen centraal staan: Les Vignes en in de laatste lus de Mont Aigoual. Deze col van 1500 meter is de hoogste van de Cévennen. Meyrueis ligt op 700 meter, en aangezien de eerste lus begint met een afdaling zullen er een hoop klimmeters zijn.

Ik start als 30e met iemand met wie ik nog niet eerder reed, omdat de onverzettelijke 50 en 60 plussers elkaar de loef af willen steken en met Thijs Z. willen starten. Zij liever dan ik, dus rijd ik met mijn nieuwe ploegmaat. Hij is een hardrijder, maar ik ook, en dus starten wij met een valsplat naar beneden en snelheden boven de 45. Heerlijk! Dit de hele dag en ik ben gelukkig. We dalen 30 km tot in Les Vignes en dan begint er een serieuze klim. Het is een prachtig beeld: als ik aan kom rijden zie ik de renners voor mij op verschillende hoogten over het bochtige weggetje omhoog stijgen. Allemaal met het Ronde Shirt aan.
Deze klim gaat eigenlijk best goed: telkens is er weer iemand om naar toe te rijden en zo duurt de 9,3 km klim uiteindelijk niet al te lang. Bovenop weer glooiende hoogvlakte is het lekker rijden ondanks een stormachtige wind, en dan is het na 20 km weer tijd voor dalen. Dat gaat ook steeds beter, dus voor ik het weet ben ik weer in Meyrueis.

Daar is een lunch voor iedereen, maar ja, in mijn beleving kan dat dus echt niet: een lunch tijdens een Ronde. Ik heb ze dat tijdens de Acht van Chaam of de Parel van de Veluwe ook nog nooit zien doen. En dus doe ik er ook dit keer structureel niet aan mee en rijd door. Ik krijg mijn vader mee (die net na mij aankwam) en samen rijden wij de resterende 67 km over de Col de Camprieu, Col de Sereyrede en tenslotte de Mont Aigoual. En niemand haalt ons meer in.
Image

En dan is het bonte avond en drinkt iedereen een glas wijn meer terwijl Tim ons overlaadt met bizarre anekdotes.
De Ronde van Tim Krabbé: een aanrader voor renners van alle niveaus, mits enigszins getraind. Overdaad aan eten en verzorging (ik heb mijn rug twee keer laten masseren) en heerlijk om met zoveel fietsliefhebbers in de rondte te peddelen, zeker zolang Tim zelf meerijdt.

Claar Schouwenaar
Utrecht, 29 juni 2008

Laatste update ( zaterdag, 05 juli 2008 )
 
© 2010 Vrouwenwielrennen.nl
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.